Column van Janien
Zondag 03 Februari 2008Bang
(25 januari 2008)
Vrijheid is leven zonder angst. Dat klinkt zo eenvoudig, leven zonder angst. Want wat hebben we nou eigenlijk om bang voor te zijn? We kunnen gewoon over straat lopen zonder bang te zijn dat allebei onze benen eraf geschoten worden. De enige knallen die we horen komen uit het park waar ze carbid aan het schieten zijn. En de schapenfokkers kunnen zich wel zorgen maken over de toekomst, maar als onze diepste wens een laatste bezoek aan de Slufter is, dan gaat het allemaal nog niet zo slecht.
Natuurlijk is het niet leuk als de buurman van plan is een megamanege in je achtertuin te zetten. Maar net zoals dat zijn goed recht is, is het ons goed recht daar tegen in protest te gaan. En we kunnen een protestmars organiseren waarin zelfs prominente volksvertegenwoordigers meelopen, zonder dat we bang hoeven te zijn door de politie te worden opgepakt. We worden niet beschoten, het leger wordt niet ingezet en we worden niet zonder vorm van proces in het cachot gesmeten. Wij voeren rustig actie, de buurman volgt de ambtelijke weg en uiteindelijk rolt en een mooi compromis uit. Daar is niemand echt gelukkig mee, maar de lieve vrede is wel bewaard gebleven. En alles gaat gewoon zijn gangetje.
We kunnen ons er vreselijk over opwinden dat op de televisie de buurman de stroom komt maken. Alsof we hier geen erkende installateurs zouden hebben. We mogen dan vijftig jaar achterlopen, maar zo erg is het toch ook weer niet met ons gesteld. Aan de andere kant weten we zelf wel hoe het zit. En waarom zouden we ons druk maken over hoe iemand anders er over denkt? We weten toch dat onze buurman niet alleen de stroom komt aanleggen, maar dat hij er zelfs voor zorgt dat we stroom hebben. Texel Energie, onze eigen stroom. Want wat dat aangaat, lopen we ineens voorop. Dus waar maken we ons eigenlijk druk om?
Reizende Texelaars schrijven via hun weblogs in de Texelse Courant hoe het elders op de wereld is. En misschien zijn de sterren daar inderdaad helderder, maar tussen de regels door lees je toch altijd weer dat ze graag terug naar huis komen. Want het mag dan een klein eilandje in een uithoek van de wereldzeeën zijn, een al dan niet achtergebleven gebied, het is wel het eiland waar we wonen, werken en elkaar liefhebben. Het is het eiland waar mensen met een gerust hart zeventig jaar getrouwd kunnen zitten te zijn en waar de marktkooplui chocolademelk uitdelen omdat ze zo blij zijn dat de klanten elke week terugkomen.
Toch laten we ons bang maken. Met het vallen van de beurs, het stijgen van de zeespiegel en met de straling van de antennemast in De Cocksdorp. We laten ons intimideren door anonieme brieven en zijn o, zo bang wat anderen wel niet van ons zullen denken. Maar als er iets is waar we niet vang voor hoeven zijn, is het dat wel. Wat anderen van ons denken. Natuurlijk willen we allemaal graag Ambtenaar van het Jaar worden of Ezel van het Jaar of Ondernemer van het Jaar. Maar het is veel belangrijker wat we er zelf van vinden. Als ze promoveren naar de Z-klasse hebben we dat aan onszelf te danken, is dat onze eigen prestatie.
We moeten voor een heleboel dingen niet bang zijn, maar nog het minst voor wie we zelf zijn.
Winter
(23 november 2007)
Ergens vind ik het ook wel weer lekker dat het nou winter is. Want het is natuurlijk wel koud enj je moet een dikke jas en handschoenen aan op de scooter, maar dat heeft ook wel wat. Als je tenminste onderweg niet door een dikke bui wordt overallen en helemaal hartstikke kletsnat regent zodat je druipend en steenkoud op je werk komt.
Want de winter heeft ook wel wat gezelligs. De dagen zijn kort, maar de avonden zijn lang. Je gaat dus niet in de tuin werken, maar je gaat lekker binnen aan de gang. Want daar is natuurlijk ook altijd genoeg te doen. Er moeten brieven naar de gemeente worden geschreven en bezwaarschriften ingediend en er moeten reacties gegeven worden op berichten op de kabeltjeskrant en de site van de Tesselaar. En avond aan avond zijn er vergaderingen van de feestcommissie, de dorpscommissie, de toneelclub. En als er geen vergaderingen zijn, zijn er wel cursussen of workshops te volgen, grote evenementen voor te bereiden of leuke dingen op de televisie. Hoe lang de avonden ook zijn, ze zijn toch altijd weer tekort.
De kindertjes zijn weer langs de deur geweest en hebben zich weer ongans gegeten aan snoep en zoetigheid. De lampions zijn weer opgeborgen en de kerstboom is nog niet opgtuigd. We hebben nog even rust voor de massale drukte van de echte feestdagen begint en kunnen ons nog even vol overgave wijden aan de twee dagen die ieder jaar weer het beste van ons inlevingsvermogen vergen: de twee sinterklaasfeesten.
Want hij is er weer. Pontificaal op de voorpagina van de Texelse Courant en op de televisie. Je kunt geen prijsuitreiking organisere of hij is er bij en op geen kleuterschool op dagopvang zal hij de komende weken ontbreken. De rode mantel om de schouders, de mijter fier op het hoofd en de staf stevig in de hand. Al dan niet voorzien van wit paard en zwarte knechten houdt hij de wereld de komende weken ferm in zijn greep. We durven geen kattekwaad meer uit te halen uit angst daar op pakjesavond op te worden afgerekend en gedragen ons voorbeeldig. Om aan de veilige kant te blijven, zijn we op voorhand vriendelijk tegen jan en alleman, want je weet nooit welke grote mond er in het grote boek terecht komt.
Aan de andere kant is de sint een oude man, die maar al te graag met de hand over zijn hart strijkt en we moeten het al heel bont gemaakt hebben, willen we met een roede en een zakje zout worden afgescheept en met een kluitje in het riet gestuurd.
Een veel directer dreiging komt van onze dorpsgenoten zelf. Amper heeft de Goedheiligman het eiland verlaten, of de eilanders doen zijn bestraffende werk nog een sunnetjes over. Zich veilig wanend achter mombakkes of grim durven ze uitlatingen te doen waar ze zich op een gewone dag in het jaar diep voor zouden schamen.
En toch, je hebt iets niet goee gedaan als je niet gespeuld wordt. Want niet alleen voor de speulers, ook voor de uitgebeelde dorpsgenoten kan Ouwe Sunderklaas een bron van vermaak zijn. En na het démasqué lachen ze samen om elkaars strapatsen en drinken gezamenlijk een glaasje bier. Weg met de roddel en achterklap, weg met de verborgen onlusten. We kroppen onze gevoelens niet toe en na één zuiverende dag in het jaar weten we weer wat we aan elkaar hebben en kunnen we ekaar weer een jaar lang in de ogen zien.
Er is al wel onderzoek geweest naar de oorsprong van het feest, maar nog te weinig naar de reinigende werking en de sociale cohesie die het met zich meebrengt. Maar hoe interesaant zo’n onderzoek ook kan zijn, voor de feestvierders is het niet echt nodig. Die genieten evengoed.
Net als Sintemaarten gaan ook beide Sinterklaasfeesten over geven. Geven met een knipoog, een gift met een kritische en licht corrigerende ondertoon. En het is aan de ontvanger om daar iets mee te doen.
Grootheidswaan
(28 september 2007)
Niets lijkt meer wat het lijkt. Tenminste, dat lijkt zo. Texel Culinair lijkt een veredelde braderie, de Lionsveiling een overdekte kofferbakmarkt, de gemeenteraad een podium voor borstklopperij en egotrippers. Om te weten te komen hoe kaas hoort te smaken moeten we een Week van de Smaak beleggen, die vervolgens door uitbaters van horecagelegenheden wordt aangegrepen om in de laatste week van september nog hun terrasomzet goed te maken.
Het begon allemaal als grap. Omdat het beroep een slechte naam kreeg, gingen we een jaar of wat geleden de schoonmaakster interieurverzorgster noemen. Maar we namen onszelf serieus en gingen van kwaad tot erger. Het hoofd der school werd vestigingsmanager, het groene kruis eerst thuiszorg en later Corbis Plus en de Omring. Tenminste, als het inmiddels niet alweer een andere naam heeft gekregen. Als je iets organiseert waar meer dan vijftig mensen komen, is er sprake van een evenement, als je voor je oude moeder zorgt ben je een mantelzorger en de jeugdherberg heet Stayokay. Het is maar dat je het even weet.
Want behalve dan de naam verandert er gelukkig niet zoveel. Ja, koffiehuis Burgwal 37 wordt een kantoor. Dat is jammer, want als straks het oude Hollebolplein in ere wordt hersteld, missen ze dus een koffiehuis. Maar dat zien we dan wel weer. En de bomenrij bij Zevenhuizen gaat verdwijnen, wat Oosterend een heel ander aanzien zal geven. Maar ja, ook in De Cocksdorp zijn ze aan de kale Molenlaan gewend. Al rijzen er steeds meer protesten tegen de toren die van het oude hout opgetrokken zou worden.
Het is dan ook maar goed dat de gemeente een uitgebreide brochure uitdeelde, waarin ze nog eens kleurrijk uit de doeken deden wat er allemaal aan de hand is. Want de krant staat dan bol van berichten over het nieuwe gemeentehuis, de Groeneplaats, het PHH-gebouw en de nieuwe school, maar het gaat zo langzaam dat we haast zouden vergeten dat er wel degelijk dingen aan het veranderen zijn. De Waddenzee kon best eens werelderfgoed worden, het strand wordt steeds smaller en het eiland komt gevoelsmatig steeds dichter bij de overkant. Ook wat dat betreft kan het helemaal geen kwaad de veerhaven een flink stuk op te schuiven. Want je moet natuurlijk wel een eilandgevoel blijven houden.
Wat gelukkig ook niet veranderd zijn de mensen die delen in de opbrengst van de Lionsveiling. Het kan gebrek aan creativiteit zijn of een koehandeltje, maar naast het Tesselhuus en de derde wereld delen al jaren dezelfde min of meer goede doelen in het loven en bieden van goedwillende Lionsveilers. Volgende week wordt voor de twintigste keer het Bluesfestival gehouden en het Tropical heet ook gewoon weer het Tropical.
Misschien komen we er wel van terug, van die grootheidswaan. Gaan we gewoon weer man en paard noemen en de dingen bij hun naam. Misschien nemen we dan ook weer de verantwoordelijkheid voor de dingen die we doen en verschuilen we ons niet langer achter dure woorden en papieren tijgers. Want dat is wat de bezoekers zo in ons waarderen, onze bescheiden kneuterigheid. Dat we ons als klein eiland weten staande te houden in de steeds groter wordende wereld om ons heen.
Laten we vooral zorgen dat dat zo blijft. Niemand is er bij gebaat als we naast onze schoenen gaan lopen.
twee reacties