Schoonheid
Woensdag 29 Oktober 2008Schoonheid is een omstreden begrip. Zo zijn er mensen die een dorp het liefst omzoomd zien door bomen, terwijl anderen de dorpsrand liever zich afgerond met een frisse nieuwbouwwijk, een centrale hulpverleningspost of een brede basisschool met een natuur- en techniekprofiel. Hoe oeverloos de discussies ook, ze zullen de meningen daarover niet veranderen. Het is een kwestie van smaak. Wat de één een rommelig uitzicht vindt, is voor de ander de schoonheid van de ongerepte natuur. Een dilemma waar de grote natuurbeheerders als Staatsbosbeheer en Natuurmonumenten dagelijks mee te maken hebben.
Een brede basisschool in een landelijke omgeving, waar niet alleen aandacht is voor rekenen en taal, maar ook voor natuur en duurzaamheid. Dat moet huidige en toekomstige generaties onderwijzend personeel als muziek in de oren klinken. Eindelijk kunnen ze de kinderen mee naar buiten nemen om ze de bloemetjes en de bijtjes met eigen ogen te laten zien. En niet langer hoeft dat op het eigen verrommelde en door iepziekte verwaarloosde schoollandje te gebeuren, met de komst van een nieuw gebouw ligt de natuur voor het oprapen.
Dat daarvoor het dorp in tweeën gesneden moet worden door het doortrekken van nu doodlopende wegen, lijkt van minder belang. Het rechttrekken van bochten ten behoeve van het autoverkeer lijkt noodzakelijk voor de uitvoerbaarheid van welk plan dan ook. Eerder werd het verkeer door het aanpassen van kruisingen juist uit het dorp geweerd, maar dat inzicht lijkt geheel verlaten. Vrachtverkeer ten behoeve van het nieuw aan te leggen bedrijventerrein wordt in alle plannen dwars door het dorp geleid.
De school schermt zelf met het begrip verkeersveiligheid. Die zou aan de ene kant van het dorp beter gegarandeerd zijn dan aan de andere. Daarbij wordt echter wijselijk verzwegen dat met het verplaatsen van de school ruimte wordt gemaakt voor de aanleg van een autoweg dwars door het dorp. Dat zal de verkeersveiligheid zeker niet ten goede komen. De auto lijkt ook in een bijbeldriftig dorp als Oosterend verzekerd te zijn van een plaats als heilige koe. Persoonlijk heb ik liever kinderen in de straat dan auto’s.
Datzelfde geldt de mogelijke overlast van spelende kinderen. Er is toch geen mooier geluid dan het speelkwartier? En de bezoekers van het naastgelegen vakantieparadijs hebben nu toch ook geen last van de kinderstemmen. Waarom zouden ze dat in de toekomst dan plotseling wel krijgen? Dat zou een verrassing zijn.
De wethouder vraagt de gemeenteraad een mandaat de dorpsontwikkeling als project te mogen uitvoeren. Nu hebben we de laatste tijd niet zulke beste ervaringen met het mandateren van wethouders. Hoewel ook Oosterend te maken heeft met veranderende tijden en onderworpen is aan de voortschrijdende tijd, lijkt het geen kwaad te kunnen bij de uitvoering van welk plan dan ook de vinger aan de pols te houden. Zeker niet nu duidelijk is gebleken dat een groot deel van de mensen uit het dorp er andere inzichten op nahoudt dan de plannenmakers.
De schoolleiding bezweert de raadsleden dat zij de bewoners van nut en noodzaak weet te overtuigen als de plannen eenmaal zijn goedgekeurd. Maar dat lijkt de omgekeerde wereld. Eerst zouden nut en noodzaak overtuigend moeten worden aangetoond, alvorens toestemming wordt verleend.
Door de jaren heen hebben de Oosterenders laten zien heel goed voor hun eigen zaak te kunnen opkomen. Het was een Oosterender chirurgijn die het opnam tegen schout Balthasar Huydecoper en het waren de Oosterenders die opstonden tegen de Franse bezetter. Zij gaven daarmee gevolg aan wat de Staten Generaal in 1581 schreven in het Plakkaat van Verlatinghe: ‘De onderdanen zijn niet geschapen om de vorst in alles wat hij beveelt onderdanig te zijn’.
Laten we deze les goed ter harte nemen.
drie reacties